Dat je fit en vitaal voelen, begint bij het hebben van voldoende energie is algemeen bekend. Maar wist je ook dat onze opvattingen over die energie niet alleen verschillend zijn, maar ook niet altijd op waarheid berusten? Daarom zetten we voor jou de feiten en fabels even op een rij:

 

 

 

1. Niet moe zijn staat gelijk aan het hebben van energie

Deze uitspraak hoort thuis in het rijk der fabeltjes. Kijk, je hebt natuurlijk energie nodig om alles wat je op een dag wilt doen, ook echt te doen. Lukt dat niet omdat je je moe voelt, dan heb je inderdaad wat extra energie nodig, en daar is die uitspraak dan waarschijnlijk ook op gebaseerd. Maar kijk je een stukje verder, dan zie je dat je lichaam zelf ook energie nodig heeft. Anders kan je hart niet functioneren, kun je niet ademen of nadenken of je voedsel verteren. Ook daar heb je energie voor nodig, vandaar dat niet-moe zijn niet gelijk staat aan het hebben van energie. Want met voldoende energie voel je je niet alleen niet moe, maar ook fit, vrolijk, alert en gezond.

 

2. Energie is een kwestie van hebben

Deze stelling voelt misschien aan als waar, maar is toch ook een fabeltje. Elk mens heeft een eigen energieniveau, en daarin verschillen we onderling. Daardoor lijkt energie een kwestie van hebben te zijn, maar je eigen energieniveau kun je wel degelijk zelf aansturen en dat heeft alles te maken met je leefstijl:

  • Eet gezond en gevarieerd, zodat je voldoende vitaminen en mineralen uit je voeding kunt halen. Let bij je voedingskeuze ook op het feit dat er voedingsstoffen zijn die energie leveren en dat er voedingsstoffen zijn die je helpen bij het vrijmaken van energie.
  • Slaap elke nacht voldoende, zodat je lichaam en geest kunnen uitrusten van de inspanningen overdag en je fris en uitgerust wakker wordt.
  • Zorg dat je dagelijks voldoende beweegt of sport. Door te bewegen stimuleer je je energieproductie en je verbetert er de conditie van je longen en je hart mee.
  • Vergeet niet te ontspannen en te genieten van de dingen in het leven. Spanning en stresssituaties zijn enorme energievreters. Genieten is belangrijk omdat je dan hormoonachtige stoffen aanmaakt die je energie geven.

 

3. Energie is leeftijdsafhankelijk

Helaas, maar dit is inderdaad een feit. Want jonge mensen hebben meer energie dan oudere mensen, en dat heeft te maken met het verouderingsproces. Dit proces begint zo rond je dertigste levensjaar en zorgt er onder andere voor dat het opnemen van voedingsstoffen uit je voeding en het omzetten ervan in energie met de jaren ietsje minder effectief verloopt. En dat merk je aan je energieniveau. Toch kun je ook daar wat aan doen: houd je zelf lichamelijk en geestelijk in goede conditie, dat komt je energie ten goede.

 

4. Lachen geeft energie

Begin maar vast te lachen, want deze uitspraak is gewoon een feit. Want als je lacht dan verandert je hormoonspiegel, en wel ten gunste van je energieniveau. Lachen vermindert namelijk je stresshormonen en het zorgt voor aanmaak van hormonen die je energieniveau doen stijgen. Bovendien train je met lachen je middenrif en bij hard lachen zelfs je schouders, en dat geeft ontspanning op die plek. En of dat niet genoeg is: lachen is ook nog goed voor je hart en leidt je gedachten af van negatieve emoties.

 

5. Sporten kost energie

Sporten kost qua inspanning energie, dat klopt. Maar toch is deze uitspraak een fabeltje. Denk je alleen aan de korte termijn, dan heb je natuurlijk energie nodig om dagelijks 30 minuten redelijk inspannend te bewegen. Maar als je dat echt regelmatig doet, dan word je er op de lange termijn juist energieker van. Dat komt omdat je er je hartconditie mee  verbetert en dat is gunstig voor je bloedcirculatie en daardoor ook voor het vervoer van voedingsstoffen in je lichaam. Bovendien vergroot je met sporten en bewegen ook je longcapaciteit, waardoor je meer zuurstof op kunt nemen. En laat je nou net zuurstof nodig hebben voor het vrijmaken van energie uit voeding!

 

6. De ene voedingsstof geeft energie, de andere niet

Dat er verschil is in voedingsstoffen, is een feit. Daarom is het ook belangrijk om hier bij je voedingskeuze bij stil te staan. Energie gevende voedingstoffen, zoals cafeïne en suiker geven je direct energie. Alleen zorgen die snelle oppeppers daarna ook voor een energiedipje. Wil je meer structureel aan je energieniveau werken, zorg er dan voor dat je voeding vitaminen en mineralen bevat die je helpen bij het vrijmaken van energie. IJzer bijvoorbeeld, dat mineraal activeert de natuurlijke energie in je lichaam en geeft extra energie bij vermoeidheid en moeheid. Bovendien heeft ijzer een gunstige invloed op een normaal zuurstoftransport in het lichaam. IJzerrijke producten zijn : groene groenten als boerenkool, prei en broccoli. Maar ook appelstroop, gedroogd fruit, vlees en volkoren graanproducten bevatten veel ijzer. Maar ook diverse B-vitaminen ( B1, B2, B3, B5, B6, B8 en B12) zijn belangrijk voor je energiestofwisseling. Deze vitaminen vind je vooral in vlees(vervangers), vis, volkoren producten, zilvervliesrijst, eieren, peulvruchten, zuivel , soja en in noten.   Maar ook in fruit als bananen, kiwi’s en sinaasappelen.

 

7. Energie haal je niet uit een voedingssupplement

Deze stelling is deels fabel en deels een feit. Wie elke dag gezond en genoeg gevarieerd eet, krijgt de vitaminen, mineralen en sporenelementen binnen waar je lichaam behoefte aan heeft. Alleen kan dat gezond en gevarieerd eten er soms bij inschieten, vooral als je een druk en actief leven leidt. Dan is even een hapje tussendoor of het laten bezorgen van een maaltijd vaak een uitkomst. Helaas staat dat soort eten niet echt goed bekend om hun voedingswaarde aan vitaminen en mineralen. Dus als dit vaak bij je op het menu voorkomt, dan is een aanvulling op je dagelijkse voeding in de vorm van een voedingssupplement een zinvolle optie. Je weet dan in elk geval zeker dat je alle nodige voedingsstoffen  binnenkrijgt.

Bron: Gezondheidsnet